Regie over Eigen leven

En het recht op een eerlijk proces

 
Een vertrouwensproblematiek

De diagnose van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis is bij mij in november 2001 gesteld. Ik kwam in maart 2000 in de psychiatrie van Spittaal ziekenhuis te Zutphen terecht. Dat betekent dus dat een anderhalf jaar deze persoonlijkheidsproblematiek niet is geconstateerd. Gezien de gedragskenmerken die voortvloeien uit deze problematiek is het onwaarschijnlijk dat dit niet eerder opgemerkt had moeten worden. De gedragsdeskundigen van de overheid kunnen daar misschien anders over denken, maar buitenlandse gedragsdeskundigen die onafhankelijk zijn, zullen daar in beginsel anders over denken. Los daarvan, de diagnose is in een behandelingssetting in de gevangenis gedaan, waarbij ik enorm onder psychologische druk heb gestaan. Er was dus helemaal geen setting waarin je op wetenschappelijke aanvaardbare wijze een diagnose kon stellen. Gezien dat mijn kennis uit dezelfde kennisbron komt als de gedragsdeskundigen van reclassering en forensische psychiatrie, wisten deze gedragsdeskundigen dat ook. Er kan dus ook geen sprake zijn van een vergissing in de diagnostiek! Hier was dus duidelijk sprake van opzet, doelbewust handelen, effect sorteren op de patiënt. Het is dus geheel te verwachten, te voorspellen voor de behandelende gedragsdeskundigen dat ik met een post traumatische stressstoornis de gevangenis zou gaan verlaten. Een jaar later had de rechterlijke macht blijkbaar geen enkele behoefte meer aan waarheidsvinding en werd alles ingezet op behandeling. Het Pier Baan Centrum, een gerenommeerd instituut dat uitsluitend gericht is op onderzoek naar de geestesgesteldheid van mensen die een misdrijf hebben begaan, werd ingezet ten behoeve van behandeling. Voor Nederlandse begrippen is dat spectaculair, exceptioneel waarvoor de minister van justitie heel wat verantwoording heeft af te leggen. Een sneeuwbaleffect dat over de achttien jaar alleen maar groter zal worden. Steeds meer reden dus ook voor justitie en reclassering om mij af te stoppen, steeds meer reden om zwaardere middelen in te zetten. Ik verwijs op dit moment naar de behandelrelingsstrategie op bericht Isolatiecel en dwangmedicatie

Als er sprake is van het opzettelijk een foutieve diagnose stellen, moeten we in de schoenen gaan staan van de behandelende gedragsdeskundigen van justitie en reclassering om na te gaan welke doelen ermee gepaard gaan omdat de diagnose zelf tot strategie van behandeling wordt. Belangrijk is ook inzicht te verschaffen welk effect deze diagnose heeft op de omgeving, de betrokkenen, zoals mijn ex-partner Annelieke Bennink, maar ook mijn familie waarin ik in het bijzonder mijn zus Cindy van Galen-Emmerik en ook oude vrienden Kiat Que en Mathias van Lohuizen wil benoemen omdat zij een bijzondere plek innemen in de chronologie, waardoor uitsluitingsmechanismen als vaststaande feiten kunnen worden vastgesteld. Logisch ook waarom tijdens mijn proces NOOIT enige getuigen zijn opgeroepen om mijn kant van het verhaal te belichten. De rechterlijke macht heeft geen behoefte aan waarheidsvinding. Ook belangrijk is inzicht te krijgen wat voor effect de behandelende gedragsdeskundigen willen sorteren op de patiënt zelf, mij dus. Ook dienen we te kijken hoe een diagnose functioneert in de gegeven omstandigheden, een belangrijke omstandigheid daar in is het juridisch strafrecht. Hoe heeft de diagnose van de paranoïde persoonlijkheidsstoornis gefunctioneerd in een strafproces waarin ik geen eerlijk proces heb gehad?

Welnu, de gedragsdeskundigen die representanten zijn van de Rede, representanten zijn van autoriteit, deskundigheid en waarheid spreken zich uit over de patiënt in de vorm van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis die daarmee tot waanzin is verklaard, de onredelijke mens, een mens dat niet alleen ziekte is voor zichzelf, maar ook een ziekte is voor de Rede zelf, de redelijke mens zelf, de redelijke mens dat afweermechanismen in gang zet, uitsluitingsmechanismen in gang zet, om dat patiënt te beschermen tegen zichzelf; justitie, reclassering, rechterlijke macht en advocatuur. Er zijn een aantal externe factoren die ertoe bijgedragen hebben waardoor ik in 2000 zwaar overspannen ben geraakt, mijn werk bij bouwbedrijf De Groot Vroomshoop bijvoorbeeld. Maar de belangrijkste factor voor mijn eigen psychische ondergang was toch echt ikzelf, ik kon niet meer eerlijk zijn ten opzicht van mijzelf. In die zin ben ik goed bekend met mijn eigen onhebbelijkheden, in mijn hart zit het wel goed, maar mijn gedrag laat nog wel eens te wensen over. Als er één fout is in mijn leven, dan is het wel de onoprechtheid de oneerlijkheid naar mijzelf toe. Dat is denk ik wel de voornaamste drijfveer waardoor justitie en reclassering mij nooit heeft weten af te stoppen. In die zin probeer ik het goede in mijzelf te relativeren. Waar ik inderdaad kriegelig en wantrouwend van wordt zijn mensen die al te goed over zichzelf denken.

I kan niet anders dan vaststellen dat het opzettelijk foutief diagnosticeren van de diagnose paranoïde persoonlijkheid, waarmee de patiënt gestigmatiseerd wordt, een machtig wapen is in strijd tegen de patiënt, een patiënt dat zich dient te onderwerpen aan het gezag van justitie en de gedragsdeskundigen. Tussen Waarde en feit in de psychiatrie stel je niet alleen een feit vast, maar vel je ook een moreel oordeel over de patiënt dat een enorme invloed heeft op de omgeving, de leken, de betrokkenen.

Wat voor informatie kunnen we vinden over de paranoïde persoonlijkheidsstoornis?

Wikipedia: paranoïde persoonlijkheidsstoornis 
Op deze pagina zal ik iets zeggen over de querulantenwaan in relatie tot mijn zaak of situatie.

Querulantenwaan

Op deze pagina wil ik ingaan op een vermeende vertrouwensproblematiek tussen mij  en justitie, reclassering en sociaal netwerk.

Vertrouwensproblematiek tussen mij en justitie en reclassering

Andere sites over de paranoïde persoonlijkheidsstoornis:

Lentis: paranoïde persoonlijkheidsstoornis

Psyq: paranoïde persoonlijkheidsstoornnis

paranoïditeit

Translate »

Paranoïditeit

Paranoïditeit, een andere benaming is een waanstoornis. Zie ook:

Mens en samenleving – waanstoornis DSM-5

De tekst van Mens en samenleving geeft het probleem van paranoïditeit goed weer. Paranoïditeit is mens eigen, we hebben allemaal overtuigingen die wel of niet waar kunnen zijn. die in belangrijke mate ons doen en laten bepalen. Zo heb ik pas geleden bijvoorbeeld nog een flinke discussie gehad over homeopathie. Hier in Frankrijk leef ik met mensen die er een alternatieve levenswijze op na houden. Mijn vriendin en familieleden verwijten mij vervolgens dat ik niet open sta voor andere ideeën. Dat laatste klopt ook wel een beetje want ik heb nu eenmaal overtuigingen die berusten op wetenschappelijke methodiek en benaderingswijze. Maar moet ik dan vervolgens menen dat vanuit mijn wetenschappelijk perspectief andere geneeswijzen berusten op waan? Er doet zich een taalkundig probleem voor, als ik vaststel dat de ander een waan heeft, is de consequentie ervan dat ik mijzelf in de positie stel dat ik een beter perspectief op de wereld zou hebben. Het is niet zo moeilijk om in te zien dat het gebruik van paranoïditeit een geweldig politiek middel is, dat in totalitaire regimes te pas en te onpas ingezet zal worden. Ik kan wel vaststellen dat ik daar een ervaringsdeskundige in ben.

Belangrijke vraag in deze is of het mogelijk is om iemand paranoïde, paranoia te maken door door middel van gedrag en informatievoorziening? Gaslichtstrategieën zijn een voorbeeld waarin duidelijk is dat dit mogelijk is. Los van paranoïditeit, meer gericht op de paranoïde persoonlijkheid, kun je iemand achterdochtig maken? Dit lijkt mij een open deur. Achterdocht staat tegenover vertrouwen, als ik achterdochtig ben tegenover iemand, dan mis ik een bepaald vertrouwen in iemand. Andersom, als ik stel dat de ander mij kan vertrouwen, dan spreek ik mij uit in termen van ik heb het goed met  u voor, ik heb goede bedoelingen met u. De vraag is dan wel of mijn goede bedoelingen beantwoorden aan de wensen van de ander? In mijn situatie was dat niet anders, de behandeldoelen van de behandelaars en mijzelf lagen ver uit elkaar, relatieherstel is en was voor mij geen optie, behandelaars willen vervolgens het vertrouwen van de patiënt. De behandeldoelen van de behandelaar is goed, de patiënt dat zijn eigen plannen trekt, dat is fout. Waar ik mij van meet af aan tegen verzet heb is dat behandeling niet gericht was op de patiënt zelf, maar moest beantwoorden aan de gevoelens en emoties van de ander. Behandeling was niet in het belang van de patiënt, maar in het belang van de ander. Vanuit het perspectief van de ander, mijn ex-partner, mijn familie en andere omstanders, ben ik eerlijk genoeg om te zeggen dat ik het niet zo goed voor heb met de ander, ik heb geen behoefte te beantwoorden aan hun emoties en gevoelens. Dat deze mensen zich vervolgens zich gekwetst voelen, dat kan ik wel begrijpen. Velen meisjes hebben hebben met mij de relatie beëindigd omdat ze het niet meer zagen zitten met mij. Ja, dan ben je gekwetst. Maar het is een goed recht, een fundamenteel recht om relaties aan te gaan, maar relaties ook te verbreken.In het geval van mijn ex-partner en mijn tante Alie van Ede was het niet zo moeilijk om redenen te bedenken om relaties te beëindigen.

De vraag is of paranoïditeit of een ongegrond wantrouwen een destructief effect heeft om mijn eigen functioneren of op de omgeving? Dat kan ik niet bevestigen. Natuurlijk is het niet leuk voor de ander dat ik relaties beëindig, maar dat is een recht. Anders wordt wanneer ik in mijn achterdocht of paranoïditeit de ander probeer te veranderen, dat is nooit en te nimmer het geval geweest, zelfs niet toen bij mij de nood het hoogst was om de ander van zienswijze en gedrag te doen late veranderen. Na mijn detentie in 2012. Er is nooit sprake geweest dat ik inbreuk heb gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de ander, anders dan als reactie op de inbreuk van mijn levenssfeer door de ander. Daarom ben ik ook naar Frankrijk gevlucht.

 

contact formulier