Over taal in wetenschap, media en filosofie

dagboek 3 februari 2021

Er is niets dat mij vreemdsoortiger voorkomt dan het a priori van de wereld; hoe zou het mogelijk kunnen zijn dat het denken zichzelf een plekje buiten de logische ruimte zou kunnen verschaffen? De wiskunde is immanent met de natuur zelf, maar ik erken dat het moeilijk is om deze laatste uitvlucht van de idealist naar zijn geobjectiveerde achterwereld te sluiten. Hoe leg je een idealist uit dat op het moment dat ik de vergelijking maak tussen de vleugel van een vogel en het lege begrip, dat er geen sprake is van een metafoor maar dat het proces identiek is en dat het lege begrip dezelfde materiële waarde heeft als de vleugel van de vogel? De idealist zit in de vreemdsoortige vooronderstelling dat de functie naar het ideële verplaatst kan worden, dat wil zeggen buiten de logische orde. Bekijk het eens vanaf de kant van de empirie zelf; een vleugel verkrijgt haar functie alleen en alleen dan in relatie tot de omgevingsfactoren, een vleugel in de ruimte verliest haar functie. Aan de kant van de taal; de functie van de vleugel is in de ruimte leeg. In de verplaatsing van de functie naar het ideële wordt de functie in zichzelf, iets wat binnen het object, subject, het ding wordt gevonden en wat is dat anders dan het begrip leeg maken met betrekking tot de empirie? Een idealist is echter niet voor één gat te vangen zou net als ikzelf het ding los kunnen laten en de functie kunnen samen laten vallen met het causaal veld waarin het zich voordoet. En dat causaal veld kan vervolgens uitgedrukt worden in de wiskunde zelf. Hoe geobjectiveerd u het hebben, Richard, je bent een idealist, een metafysicus! De functiebepaling is echter variabel waarbij we de functie zelf hebben verabsoluteert.

Net zoals de levensenergie haar uitdrukking vindt in de vleugel, zo vind de levensenergie, dat wil zeggen het lege begrip, haar uitdrukking in de wereld zoals we haar gevormd hebben in de materiële wereld, al onze gedachte inhouden vinden we terug in de huizen, de steden, onze technologie, in onze kunst en andere cultuuruitingen en dat op identieke wijze als de vleugels van de vogel. Cultuur draait niet om haar mechanistische verschil, maar in het verschil van informatieoverdracht! De vorm loopt op de inhoud vooruit, er bevindt zich iets dat vormt vooraf gaat aan het kenvermogen. Net als dat de vleugel iets imaginair bevat, levensenergie, zijn de bevatten de lege begrippen iets imaginair, levensenergie dat zich uitdrukt in de door ons gevormde materie. We nemen alleen de uitdrukking waar, niet dat vormt.

Een vol begrip kan alleen op ostentatieve wijze tot uitdrukking worden gebracht, maar hebben we hier dan niet te maken met tautologie?

Tot dusverre heeft de idealist het woord zo geestelijk mogelijk willen maken, dat wil zeggen het woord van al haar materialiteit ontdoen; zelfs het uitspreken van het woord zou de lucht in de omgeving niet in beweging brengen. Moeten we niet in omgekeerde richting denken en het woord van die materiële lading moeten voorzien als de empirie zelf? ‘Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond’. Zou de enige christen die ooit heeft bestaan niet toch nog een navolger gekend hebben in de vorm van Friedrich Nietzsche? ‘God vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen’, Vormt de mythe over  Friedrich Nietzsche waarin Nietzsche het afgeranselde paard omhelsde geen opvallende gelijkenis; moeder ik ben een dwaas, waarmee hij zijn laatste levenskracht uitblies? Van verdere archetypische benaderingen zal ik mij onthouden.

Volgens mij ben ik in goede verstandhouding met de pastors van het Kruispunt, wat eigenlijk best wel een eigenaardige situatie is. Eigenaardig omdat professionals, deskundigen, autoriteiten van de psyche mij verzekerd hebben dat ik last heb van een persoonlijkheidsproblematiek in de vorm van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Eigenaardig, want die mensen die ik bijvoorbeeld als eerste zou moeten wantrouwen zijn pastors! Het punt namelijk is dat toen ik in 2001 ‘psychisch behandeld’ werd in een gevangenis, u leest het goed, niet in een kliniek maar in een gevangenis, en met toestemming van de rechterlijke macht, kreeg het panopticum, het gerecht van Kafka alle hulp van de pastors in de gevangenis! Ik hoorde ineens de woorden van de dominee in een algemene kerkdienst; ‘je mpet pns loslaten, niet door ons niet meer te zien, maar zo af en toe contact met ons te hebben’. Voor mij kon er maar één randdebiel zijn waar deze woorden afkomstig van konden zijn, dat was mijn tante Alie van Ede. Later confronteerde ik de pastor hiermee en schrok enorm dat ze door de mand was gevallen. Ze kon op dat moment niet ontkennen dat ik dit goed had waargenomen. Gedragsdeskundigen hebben dit voorval geweten, met zekerheid kun je vaststellen dat  de pastor dit heeft doorgegeven. De deskundigen hebben toen dus willens en wetens de wereld helemaal omgekeerd; hoe kon ik anders dan met een een ptss de gevangenis verlaten?! Ze wisten namelijk maar al te goed dat ik de wens had door de ander losgelaten te worden! Ik denk dat als ik aangeef dat coëxistentie niet meer mogelijk is, dat ik de grenzen voldoende heb aangegeven. Hoe zou iemand die een paranoïde persoonlijkheidsstoornis die in die drie maanden zeer schokkende ervaringen heeft gehad met pastors nu weer pastors in vertrouwen kunnen nemen? Je zou de woorden in eerste instantie moeten onderzoeken op het natuurlijk instinct en haar uitdrukking van macht. Een woord als vertrouwen bijvoorbeeld; als totalitaire deskundigen van justitie zich uitspreken over vertrouwen, u dient ons te vertrouwen, dan bedoeld men het kritiekloos en onvoorwaardelijk vertrouwen. Iedereen mag hier zijn mijn over hebben maar ik persoonlijk heb ik geen behoefte op dergelijke wijze mijn lot te verbinden met de ander. Dat kan een van macht beluste autoritaire manipulatieve ambtenaar graag willen die geen kritiek duldt, maar ik zou zeggen; begin eens met het toepassen van de wet! Kunt u zich de verontwaardiging al voorstellen? Dat we de wet niet hebben toegepast hebben we in jouw belang gedaan! Verontwaardigde mensen zijn de grootste leugenaars die er zijn. Los daarvan, er dient overeenstemming te zijn met betrekking tot behandeldoelen; ik heb niet gevraagd om ‘sociale psychiatrie’, ik heb niet gevraagd om enige vorm en invloed van een notoire leugenaar van een tante die ik in mijn leven een a twee keer per jaar heb gezien. Hoe is het überhaupt mogelijk dat zo iemand goed contact kan hebben met behandelaars achter mijn rug om? En dat zij incest onder het tapijt wilde vegen staat glashard op papier, dus ze had zo haar eigen belangen. En mag ik naar bijna twintig jaar niet veronderstellen dat rechter Wijers-van der Marck in haar verontwaardiging mijn leven verwoest heeft?