Over taal in wetenschap, media en filosofie

Definitie van racisme; het onvermogen iemand aan te spreken op zijn ideeën. Hierbij is de definitie algemener dan het begrip zelf. Zo zou als een aap kon praten en hij betere ideeën zou hebben dan een Nederlandse ambtenaar ik meer waarde zou hechten aan de ideeën van een aap. Uiteindelijk gaat het om ideeën en niet om de substantie die het uitspreekt. Substantie, wanneer definiëren we eigenlijk iets als subject?

Wat bedoelen we echter met ideeën, want het moge duidelijk zijn dat ik elke vorm van idealisme, metafysica verwerp; het metaforisch is de vergelijking waarin een zaadje een boom wordt met betrekking tot onze ideevorming? De monist neemt dit zeer letterlijk, zoals door evolutie vogels vleugels hebben gekregen zo heeft dualisme een evolutieproces ondergaan waarin de begrippen tot de uiterste consequentie verplaatst zijn naar de maximale polen van de taal; verder als de copernicaanse wending kunnen we niet gaan. En wat is het aanpassingsproces van de evolutie van de vleugel meer dan het perfectioneren van wat is? En wat als de omstandigheden van de vogel zo veranderen dat hij handen nodig heeft om te overleven? Dan is de vogel gedoemd om uit te sterven! En wat is de evolutie van de taal anders dan de ontwikkeling van de vleugel? Zou het niet zo kunnen zijn dat als de omstandigheden iets anders vraagt dan het dualisme en wij kunnen ons niet aanpassen, dat ook wij gedoemd zijn om uit te sterven? We zijn zo trots op onze logica dat we ons niet willen voorstellen dat deze logica het gevolg is van toevallige evolutionaire processen, maar vertel mij; is dualisme de enig mogelijke logica? Vraag het de wiskundige!

Wat is nu toch de naaste! – Wat begrijpen we nu van onze naaste dan zijn grenzen, ik bedoel datgene waarmee hij zich aan en op ons het ware inprent en indrukt? Wij begrijpen niets van hem dan de veranderingen aan ons zelf, welker oorzaak hij is, -ons weten omtrent hem gelijkt op een holle gevormde ruimte. Wij kennen hem gevoelens toe, die zijn handelingen in ons oproepen, en geven hem zo een valse, omgekeerde positiviteit. Wij vormen hem naar onze kennis van ons zelf, tot een satelliet van onze eigen stelsel: en wanneer hij voor ons straalt dan wel zich verduistert, en wij van beide uiteindelijke oorzaak zijn, – dan geloven we toch het tegendeel! Wereld der fantomen, waarin wij leven! Verkeerde, binnenstebuitengekeerde, lege, en toch als vol en rechtlijnig gedroomde wereld! (Friedrich Nietzsche, Morgenrood 118)

Er is niets zo stuitend als de hedendaags filosoof waarin een dergelijke tekst niets meer dan een metafysisch idee blijft. Leef de gedachte, doorleef het, ervaar hoe de waarneming verandert en de gedachte leeft als het lichaam zelf. Als de gedachte is veranderd heeft het lichaam nog een lange tijd te gaan alvorens het lichaam zich heeft aangepast aan de gedachte; lezen als een koe, de tekens moeten worden verteerd in een fysiologisch proces, taal is lichaam. Het metafysische dier is een stuitend dier. Een dier dat zich het goddelijke vermogen toedicht buiten de logische ruimte te kunnen gaan staan, een dier dat meent objectief te kunnen zijn en zijn ogen voor realiteit of werkelijkheid weet te houden, de laatste god op aarde. De filosoof is bij Nietzsche weinig verder gekomen dan een dualistische interpretatie tegen op een monistische ervaring; moet ik eerste je oren stukslaan wil je met je ogen leren luisteren?

En is het niet de eerste taak om de taal weer terug te brengen binnen de logische orde, een taal dat de natuur zelf spreekt? Ken u zelve, weet wat u tot bestaan brengt!

Wat heeft de tirannie en terreur van de gedragsdeskundige mij gebracht, wat heeft het de samenleving gebracht, wat heeft het de omstanders als mijn familie en ex-partner gebracht? De ambtenaren en deskundigen die menen hier de toko van het lege begrip Nederland draaiende te moeten houden hebben niets anders dan ellende veroorzaakt, met hen vermeende autoriteit, deskundigheid en waarheid! Kwakzalvers, pseudowetenschappers; kuddedieren die het onderscheid tussen waar en waarheid niet kennen. Ten-tonele-brengers met hun achterklap, veinzen, manipulatie en luchtfietserij. Ambtenaren en deskundigen, parasieten die een gastheer het lege begrip Nederland nodig hebben om zich te kunnen ver

rijken.