Over taal in wetenschap, media en filosofie

dagboek 25 januari 2021

ik beveel, u gehoorzaamt, wij heersen

Ik zat een keer bij een wat ik dacht een vriend Arno Thijssen en Natasha; ‘Toen je Annelieke ontmoete was ze wel erg puberaal, maar ze heeft zich bij jou goed ontwikkeld, jullie houden elkaar goed in evenwicht’. Vriend? Voor zover ik weet had hij helemaal geen vriendenkring en ik was allerminst zijn vriend. We kenden  elkaar van de lagere school, meer was er niet, we kenden elkaar. Ook weer zo iemand dat justitie zeer behulpzaam was met afleggen van valse verklaringen. Ik paste zo goed bij Annelieke Bennink, daar was iedereen het blijkbaar over eens, wat ik daar zelf  van vond dat was niet belangrijk. Wat wel belangrijk was dat ik moest leren aan te passen aan een gefrustreerde frigide uilskuiken in plaats van andersom. Immers ik was narcistisch. Het gaat in psychiatrisch behandelen niet om wat de patiënt van zichzelf vind, maar wat de ander vind van jou. Dat Annelieke Bennink een blok aan mijn been was, een egoïstische vrouw dat liefde interpreteerde als bezit, begeren zonder acht te hebben voor het leven van de ander, dat deed niet ter zaken. Ze hield van haar toekomstverwachtingen, niet van mij. En natuurlijk, ze heeft beperkte verstandelijke vermogens en een voorkomen dat sympathie bij de ander wekt. Het verhaal van de beauty and the beast. Werd het niet een keer tijd om in 2000 te breken met mijn sociaal netwerk, dat deed ik dus, dat liep alleen niet zoals ik verwachtte. Ik heb een zolder aan goede bedoelingen en ondertussen zit ik in de goot, dakloos en volledig beroofd van mijn bestaansvoorwaarden.

Wat was eigenlijk de aard van psychiatrische behandeling? Wat was eigenlijk de aard van behandeling in relatie tot mijn sociaal netwerk? Mijn tante Alie van Ede was een keer oprecht tegen mij, ieder mens op zijn tijd een keer eerlijk zijn; voor mij is het net alsof je op de eerste plaats staat, maar toch achteraan. Wat was de aard van behandeling; had de psychiatrie, justitie, rechter Wijers-van der Marck het goed met mij voor? Vanwaar die diagnose van paranoïde persoonlijkheid, ik MOET vertrouwen  hebben in deskundigen; ik moet erop vertrouwen dat de ander het goed met mij voor heeft, ik moet mij afhankelijk maken van de daden van de groep, ik moet erop vertrouwen dat anderen eerlijk tegen mij zijn en als ik het zelf niet weet dan dien ik mij toe verlaten op de ander. De reclasseringsambtenaar Jan-Arie van Weelie wist precies van hij deed, de wijkagent Herman Wiggers haalde hem bij mij naar binnen als de ‘vredesstichter’; was de atoomaanval op Hiroshima niet ook een daad om de oorlog zo snel mogelijk te beëindigen? De feiten laten immers zien, feiten die een eerlijk proces niet mogen zien, dat er een onmenselijke hoeveelheid wreedheid en verkeerde doelen aan zijn handelen ten grondslag ligt. Feit is ook dat na acht advocaten er nog steeds geen advocaat is dat zijn werk wil doen; de belangen van de cliënt behartigen en zorgen dat de wet wordt toegepast. En ook de Orde van Advocaten kan daar niet toe bewogen worden.

Ik beveel, u gehoorzaamt, wij heersen

Ik zit een scriptie te lezen van een jonge idealistische vrouw, een scriptie dat past bij de leeftijd van deze vrouw; in plaats van een gedegen zelf onderzoek is het een scriptie geworden waarin de diepere overtuigingen van de vrouw volledig zijn gerationaliseerd naar de overtuigingen toe. En dat is natuurlijk helemaal niet zo moeilijk waarin het denken Newtoniaans gevormd is; zoek een paar steekhoudende causale verbanden en het redeneert zich als vanzelf naar de overtuiging toe. Dat het hele causale gebeuren ons in het geheel overstijgt lijkt ons inderdaad een blinde vlek geworden. Maar wat kan ik haar zeggen? In de bloei van haar leven heeft ze handelingssnelheid nodig, overtuigingen goed of niet, ze heeft recht op haar macht in de levensfase waarin ze zit; wie ben ik op mijn leeftijd om haar te vertellen dat ze eens goed zou moeten twijfelen aan haar overtuigingen; heb ik niet de plicht om haar boven mijzelf uit te tillen, hoe verleen ik haar macht? Alleen de vrije geest heeft het recht om te twijfelen. Een paradox van de idealistische kuddedier, ik wil de ander autonomie cultiveren, maar de ik stel daar wel een grens aan; je mag het niet alleen doen, we doen het samen. Dat autonomie betekent dat je macht weggeeft, overdraagt aan de ander, jezelf prijsgeeft, dat vindt een kuddedier maar moeilijk, kuddedieren hebben geen vertrouwen in het individu; ik beveel, u gehoorzaamt, wij heersen.

Tegen welke achtergrond bekijk je de dingen? Heb je bij deze uitspraak al niet meteen twee misleidingen van de grammatica uitgesproken; achtergrond en dingen? Achtergrond, is er iets dat zich achter de voorgrond begeeft, ongeveer hetzelfde dat mensen onderbewustzijn uitspreken, een kelder onder het woonhuis bewustzijn? Tegen de achtergrond van de taal waarin de zaken op volgorde wordt geplaatst is het Newtoniaans wereldbeeld logisch te verklaren, en hoeveel generaties hebben we niet nodig willen we de dualistische taal ombuigen tot een monistische taal? Friedrich Nietzsche was in de eerste plaats filoloog met een groot eerbied voor de pre-socratische aristocratie. Ik zelf ben meer de bioloog, kijk liever eerst naar de dierenwereld; leer ons zelf kennen via het dier. Kijk bijvoorbeeld naar de verschillen tussen de chimpansee en de bonobo chimpansee. Zie hoe de kolibrie en de orchidee via hun symbiose hun eindbestemming bezegelen; uitsterven, daar de de kelk van de orchidee steeds langer wordt en dientengevolge de snavel van de kolibrie steeds langer evolueert. Met de evolutie van de westerse taal is dit niet anders, de polen van mens en natuur zijn tot de uiterste consequentie opgetrokken en nu merken we nog niet dat het steeds moeilijker is om bij het nectar van de natuur te komen. Waarom is er zo weinig onderzoek gedaan naar de evolutie van taal en betekenis? Zo is het ook logisch dat er een meningsverschil is tussen mij en Nietzsche met betrekking tot het ressentiment; de Joodse cultuur versus de man.