Over taal in wetenschap, media en filosofie

dagboek 18 januari 2021

Geleidelijke evolutie, hoe lang heb ik wel niet geloofd in geleidelijke evolutie? Geleidelijk, hoe vanzelfsprekend kwam mij dit niet voor? Tegenwoordig komt mij niets zo vreemd voor als geleidelijke evolutie, wat bedoelen we eigenlijk als we spreken over geleidelijke evolutie? Er is niets dat zo tegen de logica indruisen als de dogma’s die achter het geleidelijk besloten liggen. Zou het niet veel logischer zijn als op een één of andere manier evolutie versneld? Een fundamenteel dilemma stelt iedere visie op evolutie; er is geen meetlat waarbij we de snelheid van evolutie kunnen meten. Er schijnt een wiskundige formule te zijn waarin de snelheid van evolutie wordt gemeten, niets lijkt mij verder van het wetenschappelijk denken af te staan dan te menen dat je snelheid van evolutie überhaupt zou kunnen bepalen met een wiskundige vergelijking; kan het Newtoniaans wereldbeeld verder zijn doorgeslagen dan dit soort redeneringen? Een meetlat zullen we voor evolutie nooit kunnen ontwikkelen, dat staat mij redelijk helder voor ogen. Maar hoe zouden we snelheid van evolutie op een andere wijze aannemelijk kunnen maken? Waartoe! Dat is een vraag die de wetenschapper zich absoluut niet durft te stellen; teleologie! Toch is het uitermate belangrijke vraag deze vraag te stellen omdat het antwoord op de waartoe allerminst teleologisch hoeft te zijn. Waartoe. Hoe kom het dat met het verloop van de evolutie de productie van het aantal nakomelingen afnemen? Deze afname gaat gepaard met een ander evolutionaire adaptatie; investeren in de nakomelingen. Een wetenschapper zou zich de vraag makkelijk kunnen afdoen; een schildpad kan niet voor 200 nakomelingen tegelijk zorgen. Het punt is mijn inziens, we denken dat we mechanistisch kunnen denken, maar we kunnen het nog steeds niet! Cultuur als term wordt op veel manieren afgebakend, persoonlijk is er mijn inziens maar een juiste aanvangspunt waarin cultuur zijn term waardig is. Dat is wanneer organisme gaan investeren in de nakomelingen, op dat moment gebeurd er in mechanistische zin iets heel belangrijk met de informatieoverdracht. Maar cultuur hoort toch bij de mens, de mens dat zo hoof staat boven de natuur? Wat kan het verschil in informatieoverdracht zijn? Met andere woorden, wat kan het een wel wat het andere niet kan, of in iedere geval in veel mindere mate? Anticiperen op de toekomst! Mijn God, ga ik de wetenschap zelf nu voorschotelen als het logische gevolg van de evolutie zelf? Jazeker! En waarom niet? Blijkbaar is de dualistische wetenschapper in de vooronderstelling dat weliswaar de mens niet van goddelijke oorsprong is maar de wetenschap zelf wel; de wereld a priori en de metafysica. Nu stel ik de vraag ik opnieuw, hoe komt dat de productie van nakomelingen afneemt? Het lijkt mij zo klaar als een klontje dat het bijzonder voordelig is als je op de toekomst kunt anticiperen, en wel zo voordelig dat je de productie van nakomelingen drastisch kunt verminderen! Waartoe? De natuur wordt beetje bij beetje en via alle soorten omwegen minder opportunistisch! Opportunistisch in de zin dat je handelt zonder dat je in de toekomst kunt kijken. Vergelijk een zalm met een beer, een zalm heeft alleen een kompas in het zenuwstelsel, een beer heeft door informatieoverdracht via investering van ouder op nakomeling al een redelijk landkaart. Hoe zou deze landkaart via informatieoverdracht van DNA kunnen? Los van deze slimme adaptatiestrategie, zegt het ons eveneens iets over de snelheid van evolutie? Neem een aantal andere psychische adaptatiestrategieën in aanmerking, zoals bijvoorbeeld verwondering, nieuwsgierigheid en ook dan is het zo klaar als een klontje dat dit de snelheid van evolutie doet bevorderen, dat wil zeggen versnellen.

Zijn er ook mechanismen die evolutie doet belemmeren? Groepsdruk bijvoorbeeld, socialisme bijvoorbeeld, maar vooral toch mijn tante Alie van Ede. Je hoeft maar naar haar dochters te kijken om te begrijpen dat deze mevrouw bepaald geen goede invloed heeft op de ander. Ze heeft het leven van mijn moeder verwoest, ze heeft een verwoestende invloed gehad op mijn leven. De deskundigen van de geest wisten wel raad met haar, ze was een uitstekend wapen om mij te vertrappen en te vernederen, om mijn wil te breken.