Over taal in wetenschap, media en filosofie

Friedrich en Plato. Sinterklaas

Friedrich: Vandaag  wil ik je iets vertellen over je jeugd, over de grote leugen die je ouders je hebben verteld, Sinterklaas

Plato: Maar acht Friedrich, hoeveel plezier heb ik beleefd aan dit  leugentje dat mijn ouders met liefde aan mij hebben overgedragen?

Friedrich: Nee, ik bedoel die andere, de leugen waardoor  je van je jeugd, jee onbevangenheid en zelfdraaiend wiel bent beroofd, de leugen dat Sinterklaas niet bestaat.

Plato: Maar wat zeg je nu?

Friedrich: Plato, ik zeg je, Sinterklaas bestaat!

Plato: Maar wat zeg je nu? Sinterklaas bestaat alleen in mijn ideeën, Sinterklaas is het product van zuivere idee waarin het goede, ware en schone zijn vorm krijgt.

Friedrich: Nee Plato, je fantasie is echt en bestaat ook echt, de wereld is geen afspiegeling van de ware ideeën, ik heb de schijnwereld afgeschaft. maar daarmee ook de ware wereld. De ideeën bestaan op gelijkwaardige wijze als de wereld zelf en dienen we onze fantasie ook te benaderen.