Over taal in wetenschap, media en filosofie

Wat?

Er is geen woord dat mij zo curieus en tegelijkertijd belangwekkend voorkomt als het bijwoord ‘wat’. De vlug denkende wetenschapper die het bezinnen niet heeft geleerd meent dat hij het hoe van de wereld onderzoekt. Mijn tegenvraag is echter hoe dit wilt doen zonder daar wat aan te verbinden? Ludwig Wittgenstein gebruikt een wat deftiger woord; ‘standen van zaken’. Maar is hier om in zijn eigen terminologie te spreken geen sprake van misbruik van de taal, immers  heeft hij het wat niet gesubstitueerd naar zaken?  Vervang het paradijs door heilsstaat, de universaliteit naar God, de arbeider naar de christen en de moderne christen is geschapen; de filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen. Volgens mij is er maar één middel om de wereld te veranderen en dat is om het dier mens te leren kennen en de taal die het spreekt. Waarom zou het spreken zelf niet voldoen aan de beginselen van de evolutietheorie? Ik denk dat de meeste wetenschappers dit niet tegen zullen spreken, maar vanuit welke theorie? Hoe werkt taal? Als we geen theorie hebben kunnen we evenmin de  strijd om het bestaan van de betekenis verklaren. Ik ben er nog niet uit, ik ben er nog lang niet uit, maar mijn intuïtie zegt dat ik het wat van de wereld moet zien te verklaren. Maar gesteld dat, vanuit een wetenschappelijk perspectief kan ik mij de belangrijkste vraag niet stellen; wat is wat? We houden immers niet van cirkelredeneringen. Wat is een ding? Op het moment dat je dit vraagt en  vervolgens beantwoord gebeurd er iets met het wat, want het wat verplaatst zich naar het antwoord op een wijze waarin het wat precies aan dat beantwoord als hetgeen je naar vraagt. Wat is een ding? Een ding = ding(wat). Gelukkig word ik niet belemmerd met een teveel aan logica zoals Wittgenstein, want de tautologie komt simpelweg voort uit het wat van de wereld zelf. Ik denk dat dit gegeven komt door de oorspronkelijke taal, namelijk de ostentatieve taal, woorden die objecten aanwijzen. Juist als deze objecten binnen de waarneming afwezig zijn komt het nut zo goed naar voren in de strijd om het bestaan (van de betekenis). Ik denk eveneens dat de wetenschap voldoende heeft aangetoond dat we de taalgenieën onder de kinderen moeten zoeken en niet onder de volwassenen, ik zou niet goed weten waarom dit in de voorgeschiedenis anders geweest zou moeten zijn; een volwaardige taal is een taal waarin het imaginaire in werking treedt. Waar vindt je meer fantasie dan bij het kind? En moeten we niet eerst kameel zijn om vervolgens leeuw te worden om vervolgens weer terug te keren naar het kind? Het blijft mij verbazen met hoe weinig wetenschap van toen, Friedrich Nietzsche de wereld helder kon lezen. Teveel achting hebben de filosofen voor Nietzsche, je moet hem willen misbruiken met de kennis van vandaag, dat zou hij gewild hebben. In de dierlijke verachting en haat stijg je boven hem uit. Wie eeuwig leerling van Nietzsche wil blijven kant zich beter verdiepen in Immanuel Kant en het categorisch imperatief zal u eeuwig boven u toeschijnen. 

In het wat constitueren we de wereld om ons heen. In extremis zouden we de wetenschap ook kunnen uitdrukken als die discipline die ons verteld hoe de wereld tot een wat komt. Gezegd, alleen voorspellende wetenschap is voor mij ware wetenschap het betreft hier zeker geen volwaardige wetenschap. Hoe mistroostig werd ik toen ik mijn lessen literatuurwetenschap kreeg. We kunnen niet anders dan vaststellen dat de wetenschap dezelfde devaluatie heeft ondergaan als het eco keurmerk, daarom ook zie je in Frankrijk de schappen van de supermarkt vol liggen met eco producten. We nemen het niet zo nauw met onze waardebepalingen. Zien we met deze constatering niet meteen iets van hoe het wat in ons dagelijks leven functioneert?