Over taal in wetenschap, media en filosofie

dagboek 10 januari 2021

Hoe de maan een zon werd – De wereld kan niet onafhankelijk van mijzelf bestaan. Toont de logische consequentie van het Newtoniaans wereldbeeld niet de megalomanie van de wetenschap aan? De wetenschap heeft als representatie van waarheid, deskundigheid en autoriteit de fakkel van het christendom overgenomen, maar eigenlijk is het zo dat er in de zeventiende eeuw een boedelscheiding heeft plaatsgevonden; geloof en weten als een vorm van handelswaar. Geeft u ons het geloof, dan willen wij het weten zegt de wetenschapper van de toekomst. Maar waar komen overtuigingen nu precies vandaan? De strijd om het bestaan van de betekenis? Ik vraag mij oprecht af hoe de wereld van Friedrich Nietzsche eruit had gezien als hij zelf tot dit inzicht was gekomen; zou hij misschien niet alleen God ter grave hebben gedragen maar tegelijkertijd zijn eigen imaginaire wraak hebben verkondigd? Was de oorsprong van zijn denken niet uit wraak geboren? Heeft hij ook niet toevallig de intense haat in hemzelf ervaren, in-zichzelf-gekeken en deze haat geheel en al onderzocht. En welk doel wil de intense haat bereiken; wraak? Ligt in de intense haat niet de bewijsvoering besloten of je wel of geen goede stuurman bent, kapitein over het eigen schip?

In februari 2002 werd ik door rechter Wijers-van der Marck in de rechtszaal uitgelachen toen ik een wrakingsverzoek indiende. Velen malen heb ik deze situatie teruggedacht, velen malen heb ik overwogen welke oorsprong deze lach heeft gehad. Er komt een dag, dan snijdt ik hoogstpersoonlijk haar de strot af!

De strijd om het bestaan van de betekenis. In iedere rechtgeaarde wetenschapper had dit idee opgekomen kunnen zijn, hij kwam echter in mij op. Een gedachte, een idee, een hypothese komt nooit als vanzelf; het lichaam heeft vele werkuren gedraaid alvorens deze zijn vruchten aan zijn ik, zijn bewuste heeft getoond. We zien de vruchten aan de boom, we zien niet het werk dat de vruchten heeft laten komen. Wij komen, wij kunnen niet dichter bij de oorsprong staan! En wat komt dát doet! Facimus, de oorsprong van mijn gedachte. Ligt niet elke theorievorming voor de gedachte? Willen we niet allemaal weten wat er in de onderaardse gangen van de psyche werkzaam is? De strijd om het bestaan van de betekenis? Hoe zou een dergelijke theorie eruit moeten zien? De belangrijkste zaken heb ik al beschreven. Zo zouden we mijn zaak vanuit een ander perspectief kunnen bewijzen: overtuigingen-middel tot doel. En elke keer kunnen we zien hoe de regie vanuit de reclassering werd gevoerd, en elke keer kunnen we zien welke middelen er zijn toegepast om hun doelen te bereiken. Waarom krijg ik bijvoorbeeld geen hulp van een advocaat om deze zaak te beslechten? Welk middel past rechter Wijers-van der Marck toe om haar doel te bereiken? Gesteld dat ik helemaal geen advocaat nodig heb omdat ik mijn rechten zelf voldoende kan verdedigen; waarom is een advocaat in deze fase noodzakelijk? Waar komt deze ongelijkheid van macht vandaan en met welk nut? 

Penisnijd. Was de psychologie van Freud niet in de eerste plaats een psychologie voor de man? Hoeveel vrouwen zullen de psychoanalyse van Freud wel niet hebben aangehangen? Moeten we niet juist bij deze vrouwen de vrouw zoeken met penisnijd; ik wil dezelfde macht als de man? De gewilligheid van de vrouw, de man vormt zich een beeld van de vrouw, de vrouw vormt zich naar dit beeld; een het oude vrouwtje vertelde haar wijsheid; als u aan de vrouw wilt, vergeet dan niet de zweep! Me dunkt dat de mannelijke vorming de vrouw zo gewillig heeft gemaakt. want Schopenhauer had gelijk; de vrouw ontleent haar macht via de man, er is geen vrouw dat deugd! Ze zal eerst nog haar eigen taal moeten leren spreken.