Over taal in wetenschap, media en filosofie

Voeg je koptekst hier toe

Het is de onmogelijke taak van een monistische wetenschapper binnen een dualistische taal het monisme consequent te blijven doordenken. Zo zag  Friedrich Nietzsche het als zijn taak om zijn blik boven de horizon van het dier uit te tillen. De mens dat ontdierlijkt. Dat is een paradox, hoeveel zelfkennis de mens ook over zichzelf verkrijgt, het zal altijd dier blijven, of beter uitgedrukt; organisme. De ondertitel van Also sprach Zarathoestra luidt ‘een boek voor iedereen en voor niemand’. Wie is deze niemand? Iemand dat niemand meer is voor de kudde, collectief en individu zijn imaginaire tegenpolen, polen die worden geconstitueerd door de taal zelf, elk mens bevindt zich op een positie tussen deze imaginaire tegenpolen, we zullen nooit helemaal individu worden, eveneens zijn we nooit geheel kudde. Maar gesteld dat er sprake is van ontdierlijking, uitgedrukt in zelfkennis, wat stagneert nu eigenlijk dit proces? Hebben de ten-tonele-brengers, de mensen in bevoorrechte posities, de mensen die gelukkig zijn in de behoeftebevrediging het meest baat om dier te blijven? Hebben rechters, politici, rijken, wetenschappers, of, ja die vraag dient gesteld te worden; de deskundigen van de geest, psychiaters en psychologen niet het meest baat om dier te willen blijven? Was de bevoorrechte positie van Jezus Christus, om in de kerstsfeer van vandaag te blijven, niet in de eerste plaats rebel die zich verzette tegen autoriteiten? Het gaat inderdaad in de eerste plaats niet om wat Jezus ons verteld heeft; maar hoe hij zijn leven geleefd heeft waarin hij het lijden van het leven aanvaardde voor een hoger doel. Het is de bevoorrechte mens dat de mens verlaagt, en zelfs het gepeupel is in het welvarende land Nederland bevoorrecht! Bevoorrecht, decadent; uitingen van ziekte, ziekte wordt hier in zijn positiviteit uitgedrukt. Zonder ziekte, zonder lijden kan een mens zich niet verheffen, hoeveel kracht en macht hij ook heeft; hoeveel kracht en macht heeft een bokser in de ruimte, moet er in beginsel niet ‘iets’ zijn buiten het Zelf waarin het zijn kracht en macht zijn uitdrukking kan vinden?

Sinds de jaren ’80 zijn we aan het collectiviseren, toch lijkt het overgrote deel van de mens in de veronderstelling te verkeren dat we aan het individualiseren, wat is hier aan de hand? Geeft de omkering van het denken van de jaren ’90 waarin niet langer het individu centraal in het denken staat, maar de samenleving niet voldoende stof tot nadenken? Geeft het politieke beleid over die jaren niet voldoende stof tot nadenken? Geeft het slechtste kabinet, het paarse kabinet niet voldoende stof tot nadenken? Geeft de angstige D66’er met zijn verbinding niet voldoende stof tot nadenken? Polarisatie is fundamentele voorwaarde voor ontwikkeling, voor ontdierlijking. Zolang deze polarisatie zich niet op de imaginaire tegenpolen begeeft. Het individu heeft niets te kiezen, linksom of rechtsom, we hebben alleen maar collectivistische partijen in Nederland, want of je nu door kapitaal tot slaaf gemaakt wordt of door ideologie, het individu wordt geknecht door het collectief! En alle kuddedieren in de dierenwereld weten dat sociale uitsluiting of de hoogte binnen de hiërarchie, dus als eerst mag eten, het eigen voortbestaan bevordert of vermindert! Me dunkt dat we in een periode leven van explosieve groei van betekenis, betekenisuitbreiding, het komt mij voor dat dit omgekeerd evenredig ten koste gaat van groei van kennis, devaluatie van Zelfkennis.