Over taal in wetenschap, media en filosofie

Het is frappant dat gelijktijdigheid een van de oplossingen bleek te zijn voor Einstein met betrekking tot de relativiteitstheorie. Waarom zouden de geest inhouden niet op gelijktijdige wijze zijn werking kunnen hebben met de lichamelijke activiteiten? Bij deze zienswijze heb je namelijk inderdaad geen geest meer nodig en is alles wat we verstaan onder geest direct terug te herleiden tot het materiële zelf. Het ligt in de grammatica van de taal besloten dat we de zaken op elkaar laten volgen, de geest volgt op lichaam, maar voor zover ik weet is daar geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Waar ik nu geïnteresseerd in zou zijn of dit gegeven bevestigd zou kunnen worden? 

Zijn we niet teveel verknocht aan onze geest? Valt het afscheid nemen van onze geest niet te zwaar? Willen we niets liever dan in onze illusies blijven leven? Is het niet ontluisterend te erkennen dat mijn lichaam denkt en besluiten neemt, waarde bepaald en betekenis geeft aan het leven, heeft tweeduizend jaar christendom ons lichaam niet bedorven en daarvoor een drogbeeld teruggegeven? Moet eerst de lelijkste mens ter wereld zijn lichaam waarderen alvorens de hele mensheid het lichaam gaat waarderen? Jezus, het vleesgeworden woord, ooit wil ik weer lichaam zijn.

Ik zit net geest en universum te lezen van Thomas Nagel, het is schrijnend om te zien hoe intellectuelen in de problematiek van het dualisme te verzanden zonder daartoe ook maar één logische oplossing te kunnen aandragen, dit terwijl hij het monisme wel als een mogelijke oplossing aandraagt. Het is schrijnend hoe diep we geworteld zitten in een dualistische taal zonder het intuïtief vermogen te bezitten de wereld buiten de taal te onderzoeken.