Over taal in wetenschap, media en filosofie

Kruimeldieven

Deze week is mijn telefoon gestolen, een paar handschoenen, gisteren sigaretten. Als dakloze leef je onder drugsgebruikers en kruimeldieven. Mijn leven is in dit opzicht niet veel veranderd anders dan dat ik mij bewust word dat ik in een wereld van kruimeldieven leef, geleefd heb. Mijn familie, kruimeldieven, ons bureaucratisch systeem, kruimeldieven, de doorsnee mens, kruimeldieven. Maakt mij dit misantropisch?  Ik denk het niet. Rechter Wijers-van der Marck, officier van justitie van Holland, reclasseringsambtenaar van Weelie, psychologe Ans Schel, noem ze allemaal maar op; drugsgebruikers en kruimeldieven. Verslaafd aan de Staat der Nederlanden en hun inkomsten verwerven door te stelen. Net zo min dat ik naar twintig jaar levenservaring nog koud of warm word dat mijn telefoon wordt gejat door een drugsgebruiker, word ik evenmin warm of koud van kruimeldieven van de rechterlijke macht. U wilt mij mijn rechten ontnemen? Gaat u gang, grotere hoogtes dan de kruimeldief zal u niet bereiken.

Uiteindelijk heb ik wat ik wil, uiteindelijk is alles mij tot nut en de hand van de kunstenaar zal zich volgend jaar in Zweden doen laten gelden. Het grappige is dat ik de grootste kruimeldief hierboven vergeet; de advocaat! Ik heb tien jaar vastgezeten en dan krijg ik deze rompslomp na detentie er nog bij, want een bureaucraat kan geen dossier sluiten. Een advocaat kan zichzelf nog steeds in de spiegel aankijken en zeggen dat deze mijn belangen naar behoren heeft verdedigd; kruimeldieven. Sowieso zijn advocaten kruimeldieven in ons rechtssysteem, een overbodige functie, gesteld dat de rechter verantwoordelijk is voor het gehele onderzoek, want laat het gematigde er maar vanaf als het gaat om gematigd inquisitoir recht, waarom zou je dan rechtsbescherming niet helemaal bij de rechter neerleggen? Uiteindelijk komt toezicht op de rechtsspraak toch bij de burgers zelf, en media, kruimeldieven. De Staat der Nederlanden, een staat van kruimeldieven. 

Dat is ook het probleem waar je als individu mee wordt geconfronteerd, als je een leven tussen kruimeldieven hebt geleefd, dan is dat wat normaal is. Je wordt wat je bent, ik denk inderdaad dat Nietzsche weinig illusies heeft gehad in zijn leven, over de veranderlijkheid van mensen, eens een kuddedier altijd een kuddedier. Als ik mijn eigen leven terugkijk, dan blijkt dit ook te kloppen., kuddedieren zijn kruimeldieven, alles verkleint en wordt middelmatig. Elkaars handje vasthouden tot aan de rechterlijke macht aan toe, en stelen, geen grote zaken, maar kruimels. Mensen komen per toeval in hogere samenleving terecht, zelden omdat men het kikvorsperspectief van de kruimeldief overstegen zijn. Ik moet dit op deze wijze zeggen; te groot heb ik mijn leven lang rechtssysteem te groot gemaakt. Zoals de Staat der Nederlanden van voorbijgaande aard is, zo is de idealist ook van voorbijgaande aard. Een mens dat alleen maar kruimels kan stelen en geen grote zaken zal nooit lang stand houden, kruimeldieven zijn van voorbijgaande aard, zoals ik zelf van voorbijgaande aard ben; een toevallige toeschouwer van kruimeldieven.

De eerste dagen als dakloze denk je aan je verhouding tot de situatie, je wilt niet tussen drugsgebruikers en kruimeldieven vertoeven, geen
co-existentie, alles van een afstand aanschouwen, maar is er met de verandering van situatie iets wezenlijks aan mijn leven veranderd? Immers je leeft nog steeds tussen de kruimeldief. Het instinct is het beste meetinstrument dat we hebben, althans zoals ik op de zaken terugkijk is het instinctieve handelen mij meer van nut geweest dan alle hersenspinsels in mijn hoofd. In 2000 trok ik onbewust de grens tussen mijzelf en de ander, het eerste moment van besef dat de kruimeldief op mijn terrein stond. Ik moet rekening houden met de gevoelens en emoties van de ander, dit terwijl ik ruimte zocht voor mijzelf; wie ben ik? Wat ben ik?