Over taal in wetenschap, media en filosofie

Laat ik maar met de deur in huis vallen, laat ik beginnen te vertellen wat ik heb gedaan! Ik heb in 2002 een reclasseringsambtenaar met een mes bedreigd, reclasseringsambtenaar Jan-Arie van Weelie (zo staat deze meneer op de dagvaarding). Daarvoor heb ik zes weken lang ruiten ingegooid, bij de werkgever van mijn ex-partner, bij mijn eigen familie ik heb de praktijk van de huisarts kapot geslagen. Ik heb mijn ex-partner Annelieke Bennink vernederd. Ik heb mijn tante telefonisch lastig gevallen, ik heb een rechter in het gezicht gespuugd, ach, ik heb zoveel dingen gedaan die ingaan tegen het gezond verstand en goed geweten en ik heb dat gedaan! Maar ik heb dat openlijk gedaan, ik heb nooit iets verzwegen, ik heb nooit anderen de schuld gegeven van mijn eigen handelen, van mijn eigen wangedrag. Ik heb dit gedaan, ik ben verantwoordelijk voor hetgeen ik heb gedaan, ik ben verantwoordelijk voor wat mij overkomt, het is aan mij om wat mij overkomt goed en adequaat te handelen. Feit is alleen dat er geen scholing is vooraf aan het leven zelf, de enige mogelijkheid is door schade en schande wijzer te worden. Omdat er geen andere leerschool dan deze is, kan ik op dit punt aangekomen, de eer aan mijzelf houden, mijzelf in de spiegel aankijken; ik heb met een goed geweten gehandeld, met de goede overtuigingen, met het verstand van dat moment, met het goede gevoel van dat moment. Er valt mij niet te verwijten! Mijn gedrag op deze momenten was niet meer of minder dan de bijkomende schade die de leerschool van ‘door schade en schande’ met zich meebrengt, omdat er geen andere leerschool was, kan ik met een goed gemoed deze bijkomende schade op mij nemen zonder mij ergens schuldig over te voelen. De rechterlijke macht, rechter Wijers-van der Marck heeft mij tien jaar vastgezet zonder enige vorm van wederhoor, zonder enige vorm van proces. Aan de andere kant had ik geen andere keus om eerst deze leerschool te ondergaan alvorens ik rijp genoeg was om mijn kant van het verhaal te belichten. 2021 wordt het jaar van mijn verhaal!

De mythe van Diogones van Sinope
Volgens een door Plutarchus opgetekend verhaal was Alexander de Grote zeer geïnteresseerd in Diogenes. Hij maakte volgens dat verhaal een lange reis om hem te ontmoeten. Toen Alexander hem op een zonnige dag aantrof, vroeg hij aan hem wat hij wilde hebben. Hij kon alles krijgen. Diogenes zei toen half ontwijkend, waarschijnlijk beducht voor een twistgesprek met de licht ontvlambare veroveraar: “Als ik alles kan krijgen, wil je dan een stap opzij doen, want je staat voor de zon”. Hierop zei Alexander: “Als ik Alexander niet was, zou ik Diogenes willen zijn”. Diogenes zei daarop: “Als ik Diogenes niet was, zou ik ook Diogenes willen zijn”.

Als je duidelijke heldere grenzen stelt, kom je er snel achter dat psychiatrie pseudowetenschap is waarbij waarden, feiten, omstandigheden en verschillende bedoelingen met elkaar verstrengeld zijn. Van meet af aan heb ik in deze zaak deze grens helder en duidelijk gesteld, de grens tussen ik en de ander. Wat zo overduidelijk is in deze zaak is dat de ander, of het nu de overheid is in relatie tot justitie en reclassering, mijn familie, mijn ex-partner of kennissenkring was, of de psychiatrie, in het kader van ‘psychiatrische behandeling’ wenst men deze getrokken grens niet te accepteren. Van meet af aan staat de ander in mijn zonnetje en men meent daartoe nog recht toe te hebben ook. Van meet af aan is ook duidelijk dat bij die ander van ‘fatsoensnormen’ nooit sprake is geweest. Ik in ieder geval ervaar het als een gebrek van fatsoen om achter mijn rug om contact te hebben met de psycholoog aan wie ik mijn zorg heb toevertrouwd, zoals dat het geval was in 2000/2001 dankzij mijn ex-partner, de vader van mijn ex-partner en tante Alie van Ede. Als ik terugkijk op de gehele geschiedenis tot 2000, dan valt mij op dat ik mij geen situatie kan bedenken waarin sprake is geweest van het hanteren van fatsoensnormen. Niet van de rechter Wijers-van der Marck, niet van de advocaat de heer van der Kruijs, niet van de officier van justitie de heer van Holland, niet van de psycholoog de heer Wullink of mevrouw Ans Schel van tbs kliniek De Rooyse Wissel, niet van mijn familie, niet van andere omstanders. Fatsoen is niet de basis waarin je een ‘psychiatrisch patiënt’ tegemoet treedt. Dit gebrek aan fatsoen treedt inderdaad aan het licht op het moment dat je een duidelijke grens stelt tussen ik en de ander. Die grens heb ik gesteld door het contact met mijn relationeel netwerk te verbreken, niet meer te willen co-existeren met de ander (voor de ander was dit trouwens andersom, zij dachten dat zij het contact hadden verbroken want de psycholoog de heer Wullink  als tussenpersoon dacht een conformeringsstrategie te kunnen toepassen waarbij ik uiteindelijk mijn berouw aan ex-partner Annelieke Bennink zou tonen en met haar weer verder zou gaan).

Een dergelijke grens trekken wordt makkelijk opgevat als narcisme, u houdt geen rekening met de gevoelens en belangen van de ander, u stelt zich op de eerste plaats zonder rekenschap te geven aan de ander. Het waardevrij uitspreken over het narcisme over de ander is bepaald geen makkelijke zaak. Achter veel terminologie, gebruikt in de psychologie, gaat uitdrukking van macht schuil. Het is niet alleen een feitelijke vaststelling, makkelijk worden er waardeoordelen ingevoegd, die vaak situatiegebonden zijn. In 2000/2001 heeft psycholoog de heer Wullink twee dingen bij mij vastgesteld; narcisme en overspannenheid (surmenage). Hierbij ontstond de situatie dat deze psycholoog de heer Wullink overspannenheid misbruikte om het vermeend narcisme te willen onderdrukken. Feit is dat deze psycholoog ‘als tussenpersoon’ tussen mij en ex-partner en familie, in de situatie dat hij achter mijn rug om contact had met deze mensen, een gespannen situatie heeft laten escaleren, maakt dat zijn oordeel over mij bepaald niet zonder eigenbelang was. Later toen justitie en reclassering deze situatie overnam werd de ‘diagnose’ bijgesteld naar een ‘paranoïde persoonlijkheidsstoornis’. Ja, en achteraf, is duidelijk dat deze diagnose het ‘logische gevolg’ was van de handelwijze van justitie in relatie met het voorgaande. Met psychiatrische diagnoses is het voor de hulpverlening, justitie en reclassering zeer gemakkelijk om hun positie te misbruiken, machtsmisbruik door de macht achter deze woorden. Feit is namelijk dat al mijn stommiteiten ‘tegen reacties’ zijn geweest, reacties van onmacht, reacties tegen het gebrek aan fatsoen van de ander, de misdragingen van de ander. Bij een ‘eerlijk proces’ gaat het om ‘waarheidsvinding’ en de rechter Wijers-van der Marck heeft geen behoefte aan waarheidsvinding, want waarheidsvinding wil zeggen dat bewaarheid moet worden tegen wie, wat en waarom ik gereageerd heb, dat is en was tegen de handelwijze van justitie en psychiatrie zelf, de eigen gedragingen en gebrek aan fatsoen, waarbij de diagnose van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis is gesteld. Je moet het lef maar hebben.

Ik heb nooit een eerlijk proces gehad, er is nooit sprake geweest van hoor en wederhoor. De rechterlijke macht, de advocatuur, het openbaar ministerie heeft per definitie de kant gekozen van de reclassering. Per definitie! Twee aartsvijanden zijn in de rechtszaal nooit tegenover elkaar gezet, de deskundige heeft altijd gelijk, niet omdat de deskundige altijd gelijk heeft, maar omdat de rechterlijke macht niet onafhankelijk is! Rechter Ingrid Wijers-van der Marck is een hoer van het rechtssysteem, een rechtssysteem dat uitgaat van het principe van ongelijkheid tussen deskundige en burger waarbij organisatorisch de zaken juridisch zo zijn afgetimmerd dat de deskundige zijn werk achter de schermen kan en mag doen. De hoer rechter Wijers-van der Marck is geen spreker van recht, niet het eindstadium van een (straf)proces waarin het recht zijn beloop moet vinden. Deze hoer rechter Wijers-van der Marck is de kurk op de fles, die het proces moet afsluiten, dat wil zeggen, dat we nooit zullen weten wat er in die fles zit! In die fles zit een deskundigendictatuur! Aan mij nu de eervolle taak om te laten zien wat er nu eigenlijk in die fles zit; een ambtenaar van de reclassering Jan-Arie van Weelie zonder scrupules en geweten.

 

Beginselen van een behoorlijk proces