Over taal in wetenschap, media en filosofie

Oorsprong en betekenis.
Waarom komt deze gedachte telkens weer bij mij op en straalt zij voor mij in steeds bontere kleuren, dat vroeger de onderzoekers, wanneer zij op weg waren naar de oorsprong der dingen, telkens meenden iets van datgene te vinden wat van onschatbare betekenis was voor alle handelen en oordelen, sterker nog, dat men steeds vooronderstelde dat ‘s mensen heil  moest afhangen van het inzicht in de oorsprong der dingen, maar dat wij daarentegen thans, hoe verder we de oorsprong nagaan, des te minder betrokken zijn bij onze interesses, sterker nog, dat al onze waardeoordelen en ‘geïnteresseerdheden’ die wij in de dingen hebben ondergebracht hun zin beginnen te verliezen naarmate we onze perceptie verder teruggaan en de dingen zelf bereiken? Met het inzicht in de oorsprong neemt de betekenisloosheid van de oorsprong toe; terwijl het dichtstbijzijnde, het om-ons-heen en in-ons langzamerhand kleuren en schoonheden en raadselen en rijkdommen van betekenis begint te vertonen waarvan de oudere mensheid geen vermoeden had. Vroeger liepen de denkers grimmig rond als gekooide dieren, voortdurend de tralies van hun kooi bespiedend en ertegenop springend teneinde erdoorheen te breken: en zalig scheen hij die door een opening iets van het daarbuiten, van gene zijde en van de verte meenden te zien. (Friedrich Nietzsche, Morgenrood, paragraaf 44)

……….Als jullie je afkomst, verleden, leerschool eens konden vergeten – heel jullie menszijn en dierzijn! Er bestaat voor ons geen ‘werkelijkheid’ – en evenmin voor jullie, nuchterlingen -, wij zijn elkaar lang niet zo vreemd als jullie menen, en misschien is onze goede wil om boven de dronkenschap uit te stijgen wel even achtenswaardig als jullie geloof tot dronkenschap helemaal niet in staat te zijn.

58 Slechts door te scheppen – Dit heeft mij de grootste moeite gekost en kost mij nog steeds de grootste moeite: in te zien dat er onnoemelijk veel meer aan gelegen is hoe de dingen heten dan wat ze zijn. De naam, de faam, betekenis, het uiterlijk en de gebruikelijke maat en gewicht van een ding – van oorsprong meestal een dwaling en een willekeurigheid, de dingen omhangen als een mantel van het wezen, zelfs de huid ervan geheel vreemd – is door het geloof daarin en het uitgroeien daarvan van geslacht tot geslacht geleidelijk als het ware aan het ding vastgegroeid, ermee vergroeid en zijn substantie zelf geworden; de schijn van het eerste begin wordt op het laatst vrijwel altijd tot wezen en werkt ook als wezen! Wat zou dat voor een dwaas zijn die zou menen dat je ermee kon volstaan op deze oorsprong en deze omhullende nevel om de als wezenlijk geldende wereld, de zogenaamde werkelijkheid, te vernietigen! Slechts door te scheppen kunnen we vernietigen! Maar laten we vooral ook dit niet vergeten; het volstaat nieuwe namen en waardeschattingen en waarschijnlijkheden te scheppen om op den duur nieuwe ‘dingen’ te scheppen. (Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap, deel 2, paragraaf 58 ‘Slechts door te scheppen)

‘Leer u zelf kennen’ is de hele wetenschap. – Eerst aan het eind van het leren kennen van alle dingen zal de mens zich zelf hebben leren kennen. Want de dingen zijn niet meer dan de grenzen des mensen. (Friedrich Nietzsche, Morgenrood, eerste boek, paragraaf 48, ‘Leer u zelf kennen’ is de hele wetenschap)

Imaginaire orde – Harari

Mensen vinden nieuwe namen uit, geen nieuwe dingen (vrolijke wetenschap)

Morgenrood -> Also sprach Zarathoestra -> De vrolijke wetenschap, zeg wat je zeggen wil, zeg het, zeg wat je hebt gezegd!