Over taal in wetenschap, media en filosofie

De vorm loopt op de inhoud vooruit

Vaak krijgt Friedrich Nietzsche het vooroordeel dat hij vrouwonvriendelijk is. Ik denk dat dit onterecht is en dat zelfs de academici de kunst van het ‘goed lezen’ niet verstaan. Deze algemene perceptie toont maar weer eens aan dat Friedrich Nietzsche algemeen zeer slecht begrepen wordt. Een vaak geciteerde uitspraak is uit ‘Also sprach Zarathoestra’, deel 1 ‘over de oude en jonge vrouwtjes’: En het oude vrouwtje sprak: “Gaat u naar de vrouwen? Vergeet dan de zweep niet.”. Zarathoestra is de spreekbuis van Friedrich Nietzsche, uit de mond van Zarathoestra spreekt Friedrich Nietzsche zijn ideeën uit, uit zijn mond spreekt hij zijn leer uit. Wat het oude vrouwtje zegt is dus niet de leer die Friedrich Nietzsche verkondigd. Hij zegt iets over de vrouw! Niet zomaar een vrouw, nee, de oude vrouw. Waarom nu het oude vrouwtje?

68 Wil en gewilligheid (Friedrich Nietzsche, De Vrolijke wetenschap, paragraaf 68)

Men bracht een jongeling voor een wijs man en zei: ‘Ziehier iemand, die door de vrouwen bedorven wordt!’ De wijze man schudde zijn hoofd en glimlachte. ‘De mannen zijn het,’ riep hij, ‘die de vrouwen bederven: alles wat de vrouwen verkeerd doen, moet aan de mannen beboet en verbeterd worden, – want de man vormt zich een beeld van de vrouw, en de vrouw vormt zich naar dit beeld.’ – ‘Je bent te mild jegens de vrouwen’, zei een van de omstanders, ‘je kent ze niet!’ De wijze man antwoordde: ‘Het wezen van de man is wil, het wezen van de man is gewilligheid, – zo luidt de wet van de geslachten, en waarlijk! een harde wet voor de vrouw! Alle mensen zijn onschuldig aan hun bestaan, de vrouwen zijn echter onschuldig in het kwadraat: wie zou genoeg balsem en mildheid voor hen kunnen hebben!’ – ‘Wat balsem!’ Wat mildheid!’ riep een ander uit de menigte: ‘men moet de vrouwen beter opvoeden!’ – ‘Men moet de mannen beter opvoeden,’ zei de wijze man en gaf de jongeling een teken dat hij hem moest volgen. – De jongeling echter volgde hem niet.

In Morgenrood spreekt Friedrich over een ‘tweede natuur’ 1). Wat is deze tweede natuur? Misschien is deze tweede natuur het best te begrijpen als mensennatuur. Waar Friedrich Nietzsche naartoe wil is die natuur die onder de mensennatuur ligt, die natuur dat zich nog niet gevormd heeft tot mensennatuur.  Hier bevindt zich de scheppende natuur. De mensennatuur wordt van generatie op generatie doorgegeven en wordt beschouwd als de eigenlijke vorm van het mens-zijn. Wat is deze vorm? Een vorm dat zich ontwikkeld heeft door mannelijke dominantie en wat Friedrich Nietzsche bedoeld te zeggen is dat de vrouw zich gevormd heeft naar het beeld dat de man over de vrouw heeft, dat wil zeggen, dat de vrouw geen vrouwelijke natuur heeft maar een mannelijke! Het oude vrouwtje; gaat u naar de vrouwen, vergeet dan de zweep niet. Het is de willende generatie dat dit mannelijk instinct overdraagt op de gewillige generatie. Het zal dus ook generaties duren eer de vrouw haar natuur als vrouw zal ontdekken, de omkering van waarden zal over een langere tijd er inderdaad toe kunnen leiden dat we een vrouwelijke spreekwijze kunnen ontwikkelen, een vrouwelijk instinct kunnen ontwikkelen. Waarom zou je daar een voorkeur voor moeten hebben? Omdat de vrouw scheppende natuur is, barende van nieuw leven, representatie is van natuur, in de grond eerste natuur is. Dit in tegenstelling tot de mannelijke natuur, dat zich met de grootste leugen der menselijke geschiedenis de dominantie van de vrouw, de natuur, heeft verworven; de geest!De vrouw representeert de natuur, de man representeert een leugen! Het mannelijk instinct is een corrumperende natuur; vals, leugenachtig, dweperig, achterbaks, sluw en listig, een aard dat ingeleid is door het grootste bedrog wat de mensheid ooit gekend heeft; de geest! Als Friedrich Nietzsche al een afkeer van de vrouw zou hebben, dan had Friedrich Nietzsche een afkeer van DEZE vrouw, en niet de vrouw dat de vrouw zou kunnen zijn, scheppende natuur!

1. “Op zich zelf heeft zij, zoals elke drift, noch dit nog hoe dan ook een moreel karakter of naam, noch ook maar een bepaald gevoel van lust of onlust: ze verwerft dit alles pas, als haar tweede natuur, wanneer zij in relatie treedt tot reeds ‘goed’ of ‘slecht’ gedoopte driften dan wel opgemerkt wordt als eigenschap van wezens die door het volk reeds moreel beoordeeld en gewaardeerd zijn.” (Friedrich Nietzsche, Morgenrood; ‘De driften door de morele oordelen herschapen’). Wat Friedrich Nietzsche hier zegt is dat het instinct niet onze wijze van spreken bepaald, maar dat onze spreekwijze ons instinct bepaald. Hier toont Friedrich Nietzsche een groots evolutiepsycholoog die zelfs in deze tijd niet begrepen wordt. Toch had iedere evolutiebioloog zelf kunnen beredeneren dat het aanpassingsproces aan de omgeving via de taal op de driften moet inwerken. Eveneens had de evolutiebioloog kunnen beredeneren dat de verschillende aandriften en instincten maar één oorsprong hebben; de strijd om het bestaan. De hele psychologie van vandaag is pseudowetenschap en wel om deze reden! Wat zegt Friedrich Nietzsche nog meer hierover?

“Maar allen zijn aan elkaar gelijk in de volkomen ongepolijste, onwetenschappelijke aard van hun activiteit; of het nu gaat om voorbeelden, waarnemingen of aanstoot, om het bewijs, de bekrachtiging, de formulering van een wet, – het is waardeloos materiaal en vorm, zoals materiaal en vorm van alle volksartsenij. Volksartsenij en volksmateriaal horen bij elkaar en zouden niet langer zo verschillend gewaardeerd moeten worden als nog altijd gebeurt: beide zijn zij de gevaarlijkste wetenschappen. (Friedrich Nietzsche, Morgenrood; ‘Volksmoraal en volksartsenij)